Plechtigheid bij de onthulling van de struikelstenen, foto: Donald Noorhoff
Anna Sara Friedländer -Spanier, geboren 08-09-1866, overleden 13-05-1943 Kamp Westerbork
Fritz Moritz Seckel, geboren 12-02-1889 - overleefd
Gertrud Seckel-Friedländer, geboren 13-08-1893 - overleefd
Gustaaf Ernst Frederik Seckel, geboren 04-04-1917 - overleefd
Gerard Kurt Werner Seckel, geboren 22-07-1922 - overleefd
Anna Friedländer-Spanier is weduwe van Bernard Heinrich Friedländer. Haar dochter Gertrud is getrouwd met Fritz Seckel en zij hebben twee zonen: Gunter en Gerhart. Na de oorlog werden zij genaturaliseerd tot Nederlander en wijzigden hun namen in Gustaaf en Gerard. Deze Nederlandse namen zullen wij verder gebruiken.
In een boek over de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Frankfurt uit 1983 staat Fritz Seckel beschreven. Hij studeerde van 1907 tot 1913 rechten in Heidelberg, Berlijn en Marburg. Op 7 januari 1914 zijn Gertrud Friedlander en Fritz Seckel getrouwd. Op 27 september 1915 is hij bekeerd tot het Duits-Evangelisme. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij bij de Landsturmdienst en de velddienst van de geheime veldpolitie van het opperbevel van de Wehrmacht. Vanaf 1918 tot 1934 werkte hij voor de gemeente Frankfurt. Hij werd rond 1920 de eerste directeur van het vliegveld van Frankfurt dat eigendom was van de gemeente. De laatste jaren van zijn werk voor de gemeente was hij zakelijk directeur van de gemeentelijke theaters in Frankfurt. Hij was in die tijd ook een aantal jaren commissaris bij de Duitse luchtvervoersmaatschappij Lufthansa. Vanwege zijn joodse afkomst werd hij echter in 1934 ontslagen en week hij vervolgens uit naar Nederland. Een vriend van hem, Alfred Teves, was directeur/eigenaar van een groot Duits bedrijf en bezorgde hem een baan in Den Haag. Zo kwam hij aan een verblijfsvergunning. Fritz Seckel werd op 27-02-1934 in Den Haag ingeschreven op het adres Waalsdorperweg 235. In het Haagse bevolkingsregister staat dat hij directeur is van een naamloze vennootschap en Duits Evangelisch van gezindte. Op 01-05-1935 voegt zijn zoon Gustaaf zich bij hem in Den Haag. Deze studeert van 1936 tot 1940 werktuigbouwkunde aan de Hogeschool in Delft en woont daar ook een tijdje aan de Noordeinde 5. Zoon Gerhart komt op 30-09-1937 naar Den Haag vanuit Duitsland. Hij ging tot 1939 naar de HBS in Den Haag en daarna tot juli 1941 naar de MTS in Rotterdam. Op 28-06-1938 komt zijn vrouw Gertrud ook naar Den Haag, en kort daarna op 5-07-1938 volgt schoonmoeder Anna Friedländer -Spanier.
De familie moet in september 1940 Den Haag verlaten vanwege de circulaire van de Rijksvreemdelingendienst van 4 september 1940, waarin wordt opgedragen dat Duitse vluchtelingen de kuststrook moeten verlaten. Zij vinden een onderkomen in Bilthoven op Gezichtslaan 16. Gustaaf verlooft zich met Alma Twijnstra, die aan de Frans Halslaan 15 woont. Wanneer in het voorjaar van 1942 de oproepen komen om zich te melden voor verhuizing naar Amsterdam of deportatie naar Kamp Westerbork geven zij daar geen gevolg aan. De zonen Gustaaf en Gerard gaan in Amsterdam in onderduik en weten later met hulp en bemiddeling van bekenden van Gustaafs verloofde met valse persoonsbewijzen naar Zwitserland te vluchten. Moeder Gertrud en vader Fritz duiken onder in Leeuwarden.
Anna Friedländer-Spanier bleef achter aan de Gezichtslaan 16 in Bilthoven. Waarschijnlijk heeft zij in 1942 nog geen oproep gekregen om zich te melden zoals we dat vaker zien bij oude oudere joodse inwoners. In april 1943 moet zij zich uiteindelijk toch melden en is zij geregistreerd in kamp Vucht. Op 8 mei 1943 is zij overgeplaatst naar kamp Westerbork, waar zij terecht komt in Barak 85. Hier is zij na vier dagen op 13 mei 1943 overleden. Zij was 76 jaar oud. We kunnen aannemen dat haar een ellendig transport naar Sobibor bespaard is gebleven. De dag na haar dood is zij gecremeerd. Haar gecremeerde overblijfselen zijn op de Joodse begraafplaats in Diemen begraven.
Nabestaanden:
Dochter Gertrud en schoonzoon Fritz hebben na jarenlange onderduik in Leeuwarden de oorlog overleefd. In 1945 keren zij terug naar Bilthoven en vinden onderdak op Overboslaan 50. Op 27 januari 1948 overlijdt Fritz hier en op 15 mei 1979 overlijdt Gertrud in Bilthoven. Zoons Gustaaf en Gerard zijn na hun vlucht naar Zwitserland niet in een vluchtelingenkamp terecht gekomen omdat de vader van de verloofde van Gustaaf kleine bedragen kon overmaken naar Zwitserland. Gustaaf gaat studeren aan de Hogeschool van Zürich en behaalt in december 1944 zijn ingenieursdiploma. In maart 1945 weten zij uiteindelijk Engeland te bereiken. Ze willen aan de slag bij de Koninklijke Nederlandse Marine en helpen Nederland te bevrijden. Hier worden zij geïnterviewd en danig aan de tand gevoeld. Transcripten van deze interviews zijn bewaard in het Nationaal Archief onder het thema Engelandvaarders. Opvallend is dat beide broers aangeven in Nederland te zijn geboren uit in Nederland geboren ouders. Dit klopt niet. Ook geven zij voor hun moeder een andere, Nederlandse, naam op, en reppen zij alleen van de Joodse achtergrond van hun vader. Deze leugens zijn te begrijpen. We mogen aannemen dat de Nederlandse Marine alleen Nederlanders aannam. Gustaaf werd marine officier en werkte vanaf 1949 als ingenieur voor verschillende bedrijven. Gerard behaalde na de oorlog zijn ingenieursdiploma in Zürich en werkte bij een ingenieursbureau.
Gustaaf huwde in 1946 met Alma Twijnstra en scheidde van haar in 1971. Hij hertrouwde met Wilhelmina Duits en overleed op 19-12-2011 op 94-jarige leeftijd. Zijn broer Gerard- die getrouwd was met de Engelse Ann Mutton- was al enige jaren eerder overleden.
ET en ALIJ
De struikelsteen, onthuld op 27 april 2025
foto: Donald Noorhoff