(dit huis bestaat niet meer)
Moses Kofler, geboren 29-09-1874 Chorostkov Oekraine, vermoord 7-9-1942 Auschwitz
Theophilea Kofler-Friedman, geboren 14-07-1887 Warschau Polen, vermoord 7-9-1942 Auschwitz
Moses Hersch Kofler was geboren in Chorostkov (Khorostkiv) in Oekraïne op 29 september 1874 als zoon van Kohos en Chaje Kofler. Hij was kousenfabrikant van beroep. Samen met zijn vrouw Gitel Auguste Antler kreeg hij drie zoons. De oudste heet Johannes en is geboren op 30 mei 1902 in Drohobitsj in Oekraïne. De tweede zoon heet Karl en is geboren op 11 april 1910 in Berlijn. De jongste zoon heet Oskar, geboren op 18 november 1915 in Berlijn. Gitel overleed en Moses, dan 57 jaar oud, hertrouwde op 29 maart 1932 in Berlijn met de 44jarige Theophilea Friedman. Theophilea is op 14 juli 1887 geboren in Warschau in Polen. Van haar familie is verder niets bekend.
Met de opkomst van Hilter en de nazi’s vanaf 1933 werd de situatie voor Joodse Duitsers steeds moeilijker. Zoon Karl Kofler is de eerste van de familie die naar Nederland vluchtte. Karl was jurist en hij vestigde zich in september 1933 in Amsterdam. In Nederland wijdde hij zich aan de verkoop van manufacturen (textielgoederen en aanverwante). Broer Johannes was koopman in bijouterieën en ook hij kwam in maart 1935 naar Amsterdam. In maart 1937 volgde broer Oskar en in augustus vader Moses. Op 24 november 1937 trouwt zoon Johannes met Ernestine Leverpoll, dochter van een koopman uit Amsterdam en geboren in Deventer. Het stel ging wonen in Amsterdam. Broers Karl en Oskar verhuisden in december 1937 naar Zandvoort, en in de zomer van 1939 weer terug naar Amsterdam. Karl is koopman van beroep en Oskar correspondent. Op 9 juli 1941 trouwt Karl met Ruth, ook wel Rosetta, Leverpoll een zus van zijn schoonzus.
Twee jaar later verhuisden Moses en Theophilea Kofler naar de Zeestraat 61 in Zandvoort. En hier woonden ze toen de nazi’s Nederland bezetten in mei 1940. In Zandvoort woonde een Joodse gemeenschap van zo’n 450 personen, maar meer dan 1000 inwoners van Zandvoort hadden in 1935 op de NSB gestemd. Antisemitisme laaide hoog op in de zomer van 1940. De komst van een SS-eenheid (Totenkopf-Standarte 11) naar Zandvoort meteen na de capitulatie heeft hier zeker aan bijgedragen. Deze eenheid moest een Engelse landing op de Nederlandse kust voorkomen. Ze hadden een hekel aan Joden en lieten dat merken. Als ze op het strand patrouilleerden, vielen ze Joden lastig. Ze weigerden bij Joodse winkeliers te kopen en eisten dat Joodse winkels met bordjes herkenbaar werden gemaakt. In de nacht van 4 op 5 augustus 1940 werd de synagoge aan de Metzgerstraat in Zandvoort opgeblazen en compleet vernield. De daders zijn nooit gevonden, maar de toon was gezet. Een maand later werden Duitse vluchtelingen door de bezetters verordonneerd de kustzone te verlaten, ook echtpaar Kofler-Friedman moest binnen enkele dagen vertrekken. Op 31 oktober 1940 kwamen zij in Bilthoven terecht op de Hasebroeklaan 7. Op dat adres runde echtpaar Bier-Lewin een Joods pension. Julius en Berta Bier-Lewin waren in 1933 met hun gezin met vijf kinderen uit Keulen gevlucht en in Amsterdam terecht gekomen. Julius was worstfabrikant van beroep en het gezin woonden op verschillende Amsterdamse adressen, tot 1939. Toen openden zij Hotel-pension Bier aan de Metzgerstraat 84 in Zandvoort. Ook gezin Bier-Lewin moest in september 1940 vertrekken uit de kustzone. Hotel-pension Bier lijkt een directe doorstart te hebben gemaakt aan de Hasebroeklaan 7 in Bilthoven. En hun eerste gasten zijn twee echtparen, eveneens Joods-Duitse vluchtelingen uit Zandvoort, echtpaar Berger-Ritter en echtpaar Kofler-Friedman. Na vijf maanden (maart 1941) verhuisden Moses en Theophilea Kofler naar hun eigen (huur)woning aan de Koekoeklaan 19.
Hier woonden ze tot in augustus 1942, toen de meeste Joodse inwoners van Bilthoven waarschijnlijk onder dwang verhuisden naar het Joodse kwartier in Amsterdam. Moses en Theophilea komen aan het Merwedeplein 38 drie hoog terecht.
Het echtpaar wordt ingeschreven op dit adres in Amsterdam op 23 september 1942. Dit is slechts een administratieve datum, want zij hadden zich volgens de indexkaarten van de Joodsche raad al op 1 september 1942 in kamp Westerbork gemeld. Op 4 september ging het echtpaar Kofler-Friedman op transport naar Auschwitz. Direct bij aankomst op 7 september 1942 zijn ze vermoord. Moses Kofler was 67 jaar oud. Theophilea Kofler-Friedman was 55 jaar oud.
Nabestaanden
Ook de drie zoons en twee schoondochters van Kofler zijn door de nazi’s vermoord. Jongste zoon Oskar is met het allereerste transport naar Auschwitz getransporteerd op 15 juli 1942.
In zijn oorlogsdagboek Treinen op dood spoor beschreef kampgevangene Fred Schwarz de aankomst van de eerste honderden Amsterdamse Joden, die met het eerste transport naar Auschwitz werden gedeporteerd: “Het zijn allemaal mannen uit Amsterdam, bleek van emotie en vermoeidheid. Gisteren thuis afscheid genomen, vannacht in een trein gestapt, vanuit Hooghalen vijf kilometer gelopen, met rugzak en dekenrol, daarna de registratie. Dan horen ze dat ze direct terug naar de trein moeten. Sommigen hadden gedacht dat ze eerst nog in Westerbork zouden blijven.”In Auschwitz is Oskar op 17 augustus 1942 vermoord. Oskar was 26 jaar oud.
Johannes is op 6 november 1942 opgepakt in Amsterdam en op 10 november 1942 vanuit kamp Westerbork gedeporteerd richting Auschwitz. In Cosel werd Johannes uit de trein gehaald en hij heeft anderhalf jaar lang onder extreme omstandigheden dwangarbeid uitgevoerd in de regio. Op 31 maart 1944 is hij hieraan bezweken. Johannes was 41 jaar oud.
Zijn echtgenote Ernestine Kofler-Leverpoll komt op 17 juli 1943 in kamp Westerbork aan en moet drie dagen later op transport naar vernietigingskamp Sobibor. Daar wordt zij direct bij aankomst op 23 juli 1943 vermoord. Zij was 33 jaar oud.
Karl komt op 10 december 1942 in kamp Westerbork terecht en wordt twee dagen later op transport gesteld naar Auschwitz. Daar is hij op 28 februari 1943 vermoord. Karl was 32 jaar oud. Zijn echtgenote Rosetta Kofler-Leverpoll is al op 26 november 1942 in kamp Westerbork ingeschreven. Zij heeft haar echtgenoot en haar zus in kamp Westerbork zien komen en gaan. Uiteindelijk moet zij zelf op 7 september 1943 in de trein naar Auschwitz, waar zij ij aankomst op 10 september 1943 direct is vermoord. Zij was 27 jaar oud.
Voor de aanleg van winkelcentrum de Kwinkelier is een gedeelte van de Koekoeklaan afgebroken, waaronder het huis waar Moses en Theophilea woonden.
ET en ALIJ
Met behulp van oude kaarten en Google maps is de locatie van het huis aan Koekoeklaan 19 bepaald.