Levensverhalen
Parklaan 73 Bilthoven

hier woonden

Siegfried Leezer, geboren 18-08-1912 - vermoord 16-07-1943, Sobibor

Celine Sara Leezer-de Levie, geboren 02-05-1913 - vermoord 16-07-1943, Sobibor

Jacob George Leezer, geboren 05-09-1939 - vermoord 16-07-1943, Sobibor

Rozaline Claire Leezer, geboren 15-12-1940 - vermoord 16-07-1943, Sobibor

Max Henri Leezer, geboren 20-02-1943 - vermoord 16-07-1943, Sobibor

 Siegfried Leezer is geboren in Emmen. Vanaf 1937 woont hij achtereenvolgens in Groningen, Enschede, Utrecht en Zeist. Op 6 mei 1938 is hij als handelsreiger in Enschede failliet verklaard. Op 1 maart 1939 is hij getrouwd met Celine de Levie. Het jonge echtpaar woont eerst in Zeist aan Koppelweg 29 waar na een half jaar zoon Jacob George wordt geboren. Een jaar later in september 1940, vestigen zij zich in Bilthoven aan Parklaan 73. Hier wordt op 15 december 1940 dochter Rozaline Claire geboren en op 20 februari 1943 volgt zoon Max. Op 30 maart 1943 komt het hele gezin aan in kamp Westerbork, zoon Max is dan nog geen zes weken oud.

De postkaarten die Siegfried en Celine Leezer vanuit Kamp Westerbork hebben geschreven naar zus Mien in Utrecht, zus Hetty de Levie in Soest en naar mevrouw Holslag, hun buurvrouw op Parklaan 71, zijn bewaard gebleven. Celine Leezer-de Levie beschrijft op aangrijpende wijze hun beslommeringen, zorgen en angsten en we kunnen lezen dat het in Kamp Westerbork heel slecht gaat met het gezin. Baby ‘Maxje’ wordt erg ziek, door ‘voedingsstoornis’ valt hij erg af, en hij wordt enige dagen opgenomen in het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Siegfried moet erg hard werken, dikwijls ook ‘s nachts, loopt wekenlang rond met hoge koorts en wordt erg mager. Celine en haar zoon ‘Jaapje’ van drie en dochter ‘Zusje’ van twee worden in Kamp Westerbork getroffen door buikloop, mazelen en longontsteking en verblijven een tijdje in de ziekenbarak. In juli is het gezin weer herenigd en aan de beterende hand. 

Op 7 juli schrijft Siegfried aan familie over zijn angst:  '“Het is een moeilijke tijd die wij doormaken, doch het kan nog erger, en dat is de weg welke duizenden zijn opgegaan en waar nog nooit geen bericht is van ontvangen. Nog steeds gaat er elke week 2500 tot 3000 man weg, en als het zo door gaat is het ook onze beurt, en houd ik het niet klaar mijn fam. hier te houden. We hopen maar dat voor die tijd iets gebeurt.”

Op 8 juli schrijft Celine : “ We kunnen nu iedere week het transport verwachten. Er gaan min. 2300 personen per transport en er zijn 40 wagens. Veewagens met een klein luikje bovenin. Denk je eens in met de drie kleintjes daarin. Zonder stro en je kan haast niet zitten. Siegfried is erg mager en down. Er heerscht hier zo’n corruptie en hij wordt in zijn werk genegeerd door die ellendige moffen. Dat is water en vuur, de Hollanders en Duitschers hier.”

 Hun laatste bericht is geschreven in de avond van 12 juli en daarin kondigen zij hun vertrek de volgende dag aan :

 “Lieve Allen,
We gaan de grote reis aanvaarden en is dit onze laatste afscheidsgroet, het is erg jammer, doch niets aan te doen, we zijn niet de eersten, en daar zijn we dankbaar voor, daar de kinderen nu iets beter zijn, en we er wel doorheen zullen komen, we hopen jullie spoedig weer te zien, de tijd daar zal ook wel omgaan en ik ben vast overtuigd dat we er wel doorheen komen. Veel goeds voor jullie allen en tot ziens hoor, lieve Mien, Carel, Hetty, Zus en Gustave, bij het licht van een kaarsje groet ik jullie allen en hoop ik vurig dat we elkaar nog eens weerzien. Ik dank jullie, vooral Mien, voor de pakjes die jullie gestuurd hebt. Het wordt een lange reis naar onbekende oorden. Ik ga nu pakken, de heele nacht en Siegfried helpt me en nog dames ook. Je mag niet veel meenemen maar het wordt toch wel veel met 5 personen. Veel zoenen van de kinderen en Lineke. S. Leezer.”

 Op dinsdag 13 juli 1943 vertrekken ze vanuit Kamp Westerbork met nog 1983 andere gevangenen in de trein naar het vernietigingskamp Sobibor in Polen. Daar worden ze na een lange reis van drie dagen kort na aankomst vermoord. Siegfried Leezer 30 jaar, Celine Leezer-de Levie 30 jaar, ‘Jaapje’ 3 jaar. ‘Zusje’ 2 jaar, ‘ Maxje’ 5 maanden.

Nabestaanden:

Familie Leezer:
Vader Jacob Leezer (1884) en moeder Clärchen Leezer-Cohen (1882) zijn beiden in 1942 vermoord in Auschwitz. Ook broer Daniel (1916) en broer Max Leezer (1924) zijn in 1943 in Auschwitz vermoord. Broer Heiman Leezer (1909) heeft de oorlog overleefd en overlijdt in 1950. Hij was gehuwd met Johanna Margareta Heijnen (1911) en zij hadden twee kinderen. Met één van hen hebben wij contact gehad. Hij weet nagenoeg niets over de familie van vaderskant.  

Familie de Levie:
Vader Jacob de Levie (1872) en moeder Rosalie de Levie-Van Straten (1875) zijn voor de oorlog overleden. Zus Maria Celine (1910) is in 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Broer Henri Gerard de Levie (1908) is in 1943 in kamp Monowitz vermoord. Zus Henriette Rozaline (1915) woonde in Soest en is daar in 1945 overleden. Mina Jansen-de Levie (1902) is de oudste zus van Celine.  Zij woonde met haar man Carel Jansen en hun zoon in Utrecht. Mina Jansen-de Levie is op 18 maart 1963 in Utrecht overleden. Haar echtgenoot Carel Jansen overlijdt op 27 april 1980.

ALIJ